Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveau's bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +
Vierkant (1x1 km) - - - - - + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +

Embargosheet

In principe worden de emissiedata op nationaal of regionaal niveau getoond. Soms ontbreekt echter de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen.

Legenda embargosheet:

  • Geen beperkingen logo  informatie wordt getoond
  • Niet getoond logo  informatie wordt op dit niveau niet getoond
  • Gebruiksbeperking logo  informatie wordt beperkt getoond (toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst).

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen  naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2, tot op subdoelgroepniveau voor 2014 en 2015. Landbouw: a) NH3 tot op subdoelgroepniveau voor 2000, 2005, 2010, 2014 en 2015; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2014 en 2015; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2014 en 2015; d) voor gewasbeschermingsmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2014 en 2015 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH33, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2014 en 2015.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder.
  3. Landbouw(water): gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2014 en 2015.
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

De in de tabellen weergegeven emissiecijfers betreffen afgeronde getallen, bijvoorbeeld 19,23 wordt als 19 getoond. Daarom kan de som van deze afgeronde cijfers iets afwijken van het totaal in de tabel.

De gepresenteerde emissiecijfers voor 2016 zijn voorlopige cijfers. Bij de bepaling van voorlopige cijfers worden geen uit nieuw onderzoek verkregen emissiefactoren gebruikt. Bovendien zijn voor een deel van de emissiebronnen nog niet alle benodigde gegevens aanwezig. Deze worden dan ingeschat of gelijk gehouden aan het 2015 cijfer.
De definitieve emissiecijfers voor het jaar 2016 worden in februari 2018 vastgesteld door de Emissieregistratie.

Broeikasgasemissies 1990-2016

Bij de onderstaande beschrijving is aangesloten bij de indeling die internationaal is afgesproken. Voor broeikasgassen is dat de zogenaamde IPCC-indeling. Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden emissiecijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP), dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. Eén kg CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de uitstoot van 1 kg CO2 heeft. De uitstoot van 1 kg lachgas (N2O, distikstofoxide) staat gelijk aan 298 kg CO2-equivalenten en de uitstoot van 1 kg methaan (CH4) aan 25 kg CO2-equivalenten. De GWP’s van fluorhoudende gassen variëren nogal en kunnen zeer groot zijn. Bijvoorbeeld, 1 kg zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22 800 kg CO2-equivalenten.

De totale uitstoot van broeikasgassen is in 2016 ten opzichte van 2015 toegenomen van 195,2 naar 196,6 Mton CO2-eq. Dit is circa 1 procent hoger dan in 2015 en 11 procent lager dan in 1990. De stijging in 2016 komt vooral door de toename van de CO2 emissie. De Overige broeikasgassen zijn licht gedaald van 29,9 in 2015 naar 29.4 Mton CO2-eq in 2016.

In 2016 is de uitstoot van CO2 ten opzichte van 2015 met 1,8 Mton toegenomen tot 167,2 Mton. De stijging in 2016 komt vooral door de productiestijging in de chemische industrie (1,5 Mton CO2) en meer aardgasverbruik voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving (0,8 Mton CO2). Daartegenover vond een daling plaats bij energiebedrijven (-0,4 Mton CO2). Bij de uitstoot van CO2 moet wel worden opgemerkt dat de veranderingen in de emissies sterk worden beïnvloed door de temperatuur in de wintermaanden in verband met de verwarming van woningen en gebouwen, maar ook in de kassen.
Ten opzichte van 1990 is de uitstoot van CO2 met 2,6% toegenomen. Tot 2010/2011 nam de CO2 emissie toe. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door een toename in de sectoren Energie en Verkeer en Vervoer. De toename in de Energie sector is na 2010 omgeslagen in een daling tot 2013 doordat er minder elektriciteit werd opgewekt dan in eerdere jaren. Er werd meer elektriciteit ingevoerd, vooral vanuit Duitsland. Elektriciteit uit het buitenland was regelmatig goedkoper dan in Nederlandse aardgascentrales opgewekte elektriciteit. Bij Verkeer en Vervoer is de stijging na 2011 omgeslagen in een daling door een schoner autopark, grenstanken en minder verkeer. Na 2014 zien we echter een lichte toename door de aantrekkende economie.

Door een verdere afname van de CH4 (methaan) emissie uit stortplaatsen en een lichte daling in de landbouwsector is de totale uitstoot van de CH4 in 2016 ten opzichte van 2015 met 16 kton gedaald. Met een totale uitstoot van 744 kton in 2016 is de uitstoot van CH4 ten opzichte van 1990(1.293 kton) met 42,5% (549 kton) gedaald. Het grootste deel van deze daling, 433 kton, is het gevolg van de reguliere afname van emissies uit stortplaatsen (sector afvalverwijdering). Daarnaast heeft er ook een daling van 60 kton plaatsgevonden in de landbouwsector en 50 kton in de energiesector. De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en minder gebruik van dierlijke mest. Na 2012 is de daling in de landbouwsector omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen. In de energiesector zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas bij de olie- en gaswinning afgenomen.

Ten opzichte van 2015 is de uitstoot van N2O (distikstofoxide, ook wel lachgas genoemd) in 2016 met 2 procent gedaald. Het grootste deel hiervan kwam door de afname van de emissies in de chemische industrie vanweg een lagere productie van caprolactam en salpeterzuur. De uitstoot van N2O in 2016 is ten opzichte van 1990 met ca.54% gedaald tot 27,4 kton. Deze daling van de uitstoot van N2O is gerealiseerd in de chemische industrie (-19,5 kton) en de landbouwsector (-13 kton). De afname van de uitstoot in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken te weten: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitstoot per dier door een lager N-gehalte in het voer. Net zoals bij CH4 is de daling in de landbouwsector na 2012 omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen.

De uitstoot van de fluorhoudende gassen HFK's, PFK's(incl. NF3) en SF6 (ook wel F-gassen genoemd) is in 2016 ten opzichte van 2015 licht gestegen. In 2016 is de totale uitstoot van F-gassen ten opzichte van 1990 met 69% en ten opzichte van 1995 met 74% gedaald tot 2,65 Mton CO2-eq. Hiervan is 2,36 Mton CO2-eq afkomstig van HFK's, 0,15 Mton CO2-eq van PFK's(incl. NF3) en 0,13 Mton CO2-eq van SF6. De afname van de uitstoot van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

Voor meer informatie zie:

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2016

Om te voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen worden de emissies van Wegverkeer sinds 2015 bepaald op basis van de brandstofafzet (fuel sold). Voor modellering van de luchtkwaliteit in Nederland is ook de feitelijke emissie op Nederlands grondgebied nodig. Hiervoor worden voor Wegverkeer emissiecijfers gebruikt, die worden aangeduid als de ‘fuel used’ emissies.

De uitstoot van ammoniak (NH3) is in 2016 ten opzichte van 2015 licht gedaald tot 127,3 kliloton en blijft daarmee wederom onder het plafond dat de Europese Unie hieraan stelt (128 kiloton).
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 368,8 kton naar 127,3 kton in 2016 (-65%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting (De Haan et al., 2009). Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is.
In 2014 is, na een jarenlange daling, de uitstoot van ammoniak (NH3) toegenomen. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. De lichte toename van de emissie in 2015 is het gevolg van het gebruik van meer kunstmest.

Ten opzichte van 2015 is de uitstoot van Stikstofoxiden (NOx) in 2016 met 15 kton afgenomen tot 214 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 46 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling in 2016 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen).
Gedurende de periode 1990-2016 zijn de NOx emissies gedaald van 604 kton naar 214 kton (-65%). Dit is vooral het gevolg door het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en genomen maatregelen in de industrie, raffinaderijen en energiesector.

In 2016 is de SO2-emissie ten opzichte van 2015 afgenomen met 3,1 kton. Deze afname vond met name plaats in de Energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie.
Tijdens de periode 1990-2016 zijn de SO2 emissies gedaald van 193 kton naar 37 kton (-86%). Dit is nog steeds ruim onder het NEC-emissieplafond voor SO2 dat 50 kton bedraagt vanaf 2010.
In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.

De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen.
Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen. Na een lichte daling in 2014 is de emissie in 2015 door een toename van de uitstoot bij Raffinaderijen weer gestegen.

Door kleine wijzigingen van de NMVOS emisies in diverse sectoren zijn de totale NMVOS-emissies ten opzichte van 2015 in 2016 afgenomen met ruim 1 kton.
De NMVOS-emissies zijn sinds 1990(490 kton) met 72% gedaald tot een niveau van circa 138 kton in 2016. Dit is ruim onder het NEC-emissieplafond voor NMVOS dat 185 kton bedraagt vanaf 2010.
De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.
Deze daling vond met name plaats bij Verkeer door het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen).

Ten opzichte van 2015 namen de PM10 en PM2,5 emissies in 2016 met respectievelijk 0,2 kton en 0,3 kton af. Deze lichte daling zijn bij beide stoffen met name het gevolg van lagere emissies in de verkeerssector.
Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 met circa 64% gedaald, van ongeveer 74 kton in 1990 tot 26,3 kton in 2016. De uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 75% van 50,8 kton in 1990 tot 12,5 kton in 2016. De emissies van fijn stof vallen niet onder de huidige NEC-richtlijn. De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.

Voor meer informatie zie:

Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2015 : Informative Inventory Report 2017

Voor informatie over de ontwikkeling in zuurequivalenten, zie het Compendium voor de Leefomgeving, Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: beleid (september 2012). PBL Bilthoven, CBS Voorburg en WUR Wageningen.

Terug

Emissies en belasting naar water

Welke oorzaken ten grondslag liggen aan verandering van de cijfers over emissie en uiteindelijke belasting naar oppervlaktewater wordt beschreven in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2015.pdf.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies naar lucht bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodiekwijzigingen in de laatste ronde

De emissieberekeningsmethode wordt beschreven in de methoderapporten. De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren herberekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar, in die gevallen worden de emissies gekopieerd uit voorgaand jaar (al dan niet geschaald voor de economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2015

Als gevolg van nieuwe inzichten, in de berekeningsmethoden van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de berekende broeikasgasemissies. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2015:

  • Als nieuwe bron in de landbouw is de emissie van N2O van ondergrondse gewasresten aan de methode toegevoegd;
  • Bij Land Use and Land Use Change and Forestry (LULUCF) is de transitieperiode voor jong bos aangepast van 20 jaar naar 30 jaar (groeiperiode voordat het volwassenstadium bereikt wordt);
  • De nieuwe bodemkaart is in gebruik genomen. Deze wijziging heeft alleen betrekking op de emissies in 2014.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2015

De berekeningsmethoden voor NH3 en NOx zijn niet veranderd. Wel zijn een aantal nieuwe inzichten in activiteiten, emissiefactoren en foutcorrecties doorgevoerd die voor verschillende jaren kleine veranderingen in de reeks laten zien.

  • Nieuwe emissiefactoren voor gebruik van ureumkunstmest in de landbouw zijn doorgevoerd;
  • Aan de Mobiele werktuigen zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd:
    • mobiele aggregaten en bronbemalingspompen zijn als nieuwe bron toegevoegd;
    • er is overgestapt op de vermogens van verkochte werktuigen i.p.v. default waarden;
    • een correctie voor overslag van lege containers is doorgevoerd;
    • grote laadschoppen zijn voor hele tijdreeks toegevoegd;
  • In de civiele luchtvaart zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd:
    • de emissiemodellen voor Schiphol en de overige vliegvelden zijn herzien;
    • nieuwe emissiefactoren voor kleine vliegtuigen (zuigermotoren) zijn doorgevoerd;
    • nieuwe emissiefactoren en activiteitsdata voor Auxilary Power Units (UPU’s) zijn doorgevoerd;
    • Den Helder airport is als nieuw vliegveld toegevoegd;
    • nieuwe emissiefactor voor de NMVOS-emissies uit tanken en brandstofoverslag op Schiphol is doorgevoerd;
  • Bij wegverkeer is overgestapt van het berekenen van de emissies van Elemental Carbon door middel van schaling t.o.v. PM10, naar een bottom-up berekening;
  • De berekeningen van de emissies van Visserij lopen nu mee met die van de zeescheepvaart op basis van AIS-gegevens;
  • De emissiefactoren van NH3 van uitademing en transpiratie van mensen is aangepast.

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2015

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2015.pdf.

Hier vindt u de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor Belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Met ingang van 2017 worden de factsheets water niet langer gevuld met meest recente emissiecijfers. In de factsheets is de gepresenteerde methode voor emissieberekening van de genoemde emissieoorzaken actueel. De actuele cijfers zijn voortaan alleen te vinden op de website van Emissieregistratie;
  • In 2017 is de methodiek voor de bron riooloverstorten, hemelwateruitlaten en IBA’s aangepast. De aanleiding voor deze update is dat steeds meer metingen beschikbaar zijn van regenwateruitlaten en overstorten en dat er een discrepantie zit tussen deze metingen en de getallen in de EmissieRegistratie. Een bureau (Partners4UrbanWater) met hydraulische expertise over rioolsystemen heeft, de methodiek voor de schatting van deze bron helemaal gereviseerd;

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Landbouw

De toedeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2015. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in samenwerking met Environmental Research (Alterra). Het bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

Overstorten en Hemelwateruitlaten en IBA's

In 2017 is de methodiek voor de bron riooloverstorten, hemelwateruitlaten en IBA’s aangepast. De aanleiding voor deze update is dat steeds meer metingen beschikbaar zijn van regenwateruitlaten en overstorten en dat er een discrepantie zit tussen deze metingen en de getallen in de EmissieRegistratie. Partners4UrbanWater heeft, met hun hydraulische expertise over rioolsystemen, de methodiek voor de schatting van deze bron helemaal gereviseerd. Belangrijke verbeterpunten zijn dat de hydraulica leidend is voor de emissieroutes, de post ‘rioolvreemd water’ toegevoegd is en de rendementen stofafhankelijk zijn gemaakt.
Voor de ruimtelijke verdeling van deze nieuw berekeningen is uitgegaan van de basis gegevens verzameld door het uitvoerende bureau. Deze zijn gecombineerd met de oppervlakte verhard zoals dit bekend is in de LGN7 en met specifieke informatie over de lokatie van overstorten op rijkswater. Door die combinaties zijn 6 verschillende verdeellagen onderscheiden. Hemelwater afvoer emissies worden verdeeld door drie stofspecifieke situaties: stoffen die vooral hemelwater gerelateerd zijn, stoffen die vooral in afvalwater voorkomen (onderandere door foutaansluitingen) en stoffen waarbij grondwater invloed heeft op de emissie uit de hemelwateruitlaat. Hierbij is rekening gehouden met de grondwaterstanden en helling binnen een gebied. Emissies uit Overstorten zijn opgedeeld in overstorten op rijkswater en overstorten op binnenwater. Voor de rijkswater component is de lokatie van de overstorten gebruikt om de bestemming van de Afwateringseenheid te bepalen. Voor de emissies uit overstorten op binnenwater is gebruik gemaakt van de verdeling van verhard oppervlak binnen gemeenten. Emissies uit IBA's worden verdeeld over bebouwing in het buitengebied. Het resultaat van deze nieuwe verdeling kunt u zien in de Kaart en in de grafieken

Individuele bedrijven

Met ingang van emissiejaar 2014 worden de emissies naar lucht van de individueel geregistreerde bedrijven per emissiepunt (schoorsteen, oppervlaktebron) opgeslagen. Deze informatie is voor een groot deel afkomstig uit het eMJV (Milieujaarverslagen) die door de bedrijven zelf worden opgesteld. Dit heeft gevolgen voor de ruimtelijke toekenning van deze emissies. Voorheen werden de emissies toegekend aan (bv. gemeente, vierkant) op basis van de puntlocatie (x,y) van het bedrijf. Door de registratie van de emissies per emissiepunt wordt de ruimtelijke toekenning nauwkeuriger. Dit geldt met name bij bedrijven die gebruik maken van een terrein met een relatief groot oppervlakte. Het is mogelijk dat in de nieuwe situatie een grens van een kaartvierkant (1x1km of 5x5km) over het terrein van een bedrijf loopt. In de oorspronkelijke situatie werden de emissies toegekend aan één vierkant. In de nieuwe situatie kunnen de emissies van het bedrijf worden toegekend aan meerdere vierkanten.

Vliegvelden

Bij zes vliegvelden (Schiphol, Rotterdam, Eelde, Eindhoven, Maastricht en Lelystad) zijn de gebruikte vliegroutes bij opstijgen en landen toegevoegd. Deze informatie is afkomstig van het NLR (Netherlands Aerospace Centre). Dit geeft de mogelijkheid om de emissies beter ruimtelijk te verdelen. Voorheen werd de totale emissie van het vliegen (inclusief stijgen en landen) toegekend op basis van de puntlocatie (x,y) van het vliegveld. Vanaf emissiejaar 2014 worden de emissies gekoppeld aan de vliegroutes. Dit geeft een betere ruimtelijke verdeling en dat betekent dat meerdere (buur)gemeenten een deel van de luchtvaart emissies krijgen toegedeeld.

Verkeer en vervoer

Voor de locatie van containerterminals (inclusief die voor de binnenvaart) zijn nieuwe gegevens beschikbaar gekomen. De ligging van de terminals werd tot nu toe weergegeven als puntbron, maar deze weergave is vervangen door informatie over de terreinen waarop op- en overslag plaatsvindt. De verdeling van de emissie door gebruik van mobiele werktuigen op de terreinen is gebaseerd op de uitkomsten van het door TNO ontwikkelde EMMA-model. Aan de –volledig geëlektrificeerde- terminals op de tweede Maasvlakte is geen emissie toegekend: deze wordt op basis van het energiegebruik toegerekend aan de doelgroep Energie. Voor wegverkeer is gebruik gemaakt van de nieuwste versie van het model met verkeersgegevens over 2015, ontwikkeld door verkeerskundig bureau DAT Mobility. Met het Nationaal Wegenbestand (NWB) als onderliggend netwerk wordt door dit model een landsdekkend beeld van de verkeersintensiteiten gegenereerd, waarop de toedeling gebaseerd wordt. Voor de hierin gehanteerde wettelijke snelheden is gebruik gemaakt van een nieuw bestand waarin voor het gehele wegnetwerk in Nederland de wettelijke snelheid wordt geregistreerd op het NWB. Dit databestand wordt beheerd en beschikbaar gesteld door Rijkswaterstaat.
Er is een nieuwe verdeling gemaakt voor emissies door de Nederlandse zeevisserij naar lucht en water, zowel voor de Nederlandse havens als voor het Nederlands Continentaal Plat (NCP). Deze verdeling is gebaseerd op onderzoek door Wageningen Economic Research (LEI) en TNO, in combinatie met AIS-data van het MARIN. Voor de verdeling van emissies door niet-zeevisserij is de gebruikte methode ongewijzigd, maar is er geactualiseerd voor 2015 ( AIS-data, scheepstypen en emissiefactoren). Het gaat hier om emissies naar lucht in de Nederlandse havens en op het NCP. De gebruikte gegevens zijn afkomstig van TNO en MARIN.

Woningen en inwoners

De informatie over woningen en inwoners is vernieuwd. Bron van de locatiegegevens voor woningen is nu de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Voor de verdeling van de inwoners over Nederland zijn de adres-coördinaten uit dit bestand gecombineerd met het aantal inwoners per gemeente in 2015 volgens CBS. De actualiteit van de verdeling loopt nu weer gelijk met die van de gepubliceerde emissies (emissiejaar 2015). Het aantal inwoners is onder andere een verdeelsleutel voor emissies binnen de doelgroep Consumenten. Uit het BAG is ook een indeling naar woningtypen afgeleid, zoals appartement, tussen- of vrijstaande woning. Hiervoor is gebruik gemaakt van een door Kadaster ontwikkelde methode. Tevens is het bouwjaar beschikbaar. Er is nu weer een actueel en landsdekkend bestand met informatie over woningtypen en bouwjaar: de tot nu toe gebruikte gegevens waren uit 2006 en inmiddels verouderd. Woningtype en bouwjaar in combinatie met de mate van verstedelijking is de verdeelsleutel voor emissies naar lucht via brandstofverbruik (hoofd- en sfeerverwarming). Gegevens over de mate van verstedelijking (op buurtniveau) zijn afkomstig van het CBS. Vergeleken met de tot nu toe gebruikte verdeling is het relatieve aandeel van minder verstedelijkt- en buitengebied in de emissie toegenomen.

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquête, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquête (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Gebruik regionale landbouwemissies naar water

De data over uit- en afspoeling van nutriënten en zware metalen van landbouw- en natuurbodems zijn gegenereerd met het nationale modelinstrumentarium STONE. STONE is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat Waterdienst (Waterdienst) en Wageningen Universiteit en Research centrum (WUR). STONE geeft een geregionaliseerde verdeling van emissies. Echter, veel van de afwateringseenheden in de emissieregistratie zijn kleiner dan het minimumareaal waarop STONE nog betrouwbare uitkomsten kan geven. Daarom zijn individuele afwateringseenheden geclusterd tot grotere eenheden en daarna verdeeld over de afwateringseenheden met een gelijke waarde gebaseerd op de grotere eenheden. Opgemerkt wordt dat de betrouwbaarheid voor deze grotere eenheden niet bekend is en dat de visualisatie dus een schijnnauwkeurigheid kan geven. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat STONE geen uit- en afspoeling berekent voor stedelijk gebied en transport/omzetting in het oppervlaktewater. De uitkomsten van STONE zijn dus niet vlakdekkend. Dit houdt in dat voor een afwateringseenheid die geheel uit oppervlaktewater bestaat, geen uit- en afspoeling wordt berekend.

U kunt hier een nadere uitleg vinden.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • De samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database is momenteel gebaseerd op de Zeer Zorgwekkende Stoffenlijst (ZZS-lijst) van 13-1-2017 (website Risico's van stoffen: www.rivm.nl/rvs). Inmiddels is de ZZS-lijst gewijzigd en er moet nog nagegaan worden of dit gevolgen heeft voor de samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende stoffen in de ERdatabase.
Terug