Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveaus bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Gemeente + + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + + +
Vierkant (1x1 km) - - - - - + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017
Nederland + + + + + + + +
Provincie + + + + + + + +
Gemeente + + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + + +

Embargosheet

In principe worden de emissiedata op nationaal of regionaal niveau getoond. Soms ontbreekt echter de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen.

Legenda embargosheet:

  • Geen beperkingen logo  informatie wordt getoond
  • Niet getoond logo  informatie wordt op dit niveau niet getoond
  • Gebruiksbeperking logo  informatie wordt beperkt getoond (toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst).

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen  naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2, tot op subdoelgroepniveau voor 2015, 2016 en 2017. Lucht_landbouw: a) voor NH3 tot op doelgroepniveau voor 2000 en 2005, en tot op subdoelgroepniveau voor 2010, 2015, 2016 en 2017; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2015, 2016 en 2017; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2015, 2016 en 2017; d) voor gewasbeschermingsmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2015, 2016 en 2017 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH3, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2015, 2016 en 2017.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder.
  3. Gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2015, 2016 en 2017, wordt uitsluitend getoond voor middelen met landelijk totale belasting oppervlaktewater >=10kg.
  4. Landbouw (bodem): ruimtelijke toedeling tot op niveau van gemeente.
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

Broeikasgasemissies

Definitieve cijfers 1990-2018

In 2018 lag de uitstoot van broeikasgassen 2,7 procent lager dan in 2017, een daling van 5,1 Mton CO2-equivalenten. Deze daling wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een verdere daling van CO2 bij de elektriciteitsproductie (minder inzet van steenkool).

De uitstoot in 2018 was 15,1 procent lager dan in 1990. De doelstelling voor 2020 bedraagt 25 procent minder broeikasgasuitstoot. De daling tussen 1990 en 2018 vindt voor het overgrote deel plaats bij de overige broeikasgassen: de emissie van CH4, N2O en de F-gassen lag in 2018 53% lager dan in 1990. Deze daling vond met name plaats tussen 1990 en 2008, en is daarna afgevlakt.

De emissie van CO2 lag in 2018 1,6% lager dan in 1990. Deze emissie is niet meegestegen met de groei van de sectoren die deze emissie veroorzaken. Naast de lagere steenkoolinzet bij elektriciteitsproductie speelt ook nog:

  • verhoging van het rendement elektriciteitscentrales;
  • meer elektriciteitsproductie uit wind;
  • energiebesparingsmaatregelen binnen de industrie;
  • minder gebruik fossiele brandstof per afgelegde kilometer;
  • betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen.

CO2-equivalenten

Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden emissiecijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP), dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. EĂ©n kg CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de emissie(uitstoot) van 1 kg CO2 heeft. De emissie van 1 kg lachgas (N2O, distikstofoxide) staat gelijk aan 298 kg CO2-equivalenten en de emissie van 1 kg methaan (CH4) aan 25 kg CO2- equivalenten. De GWP’s van fluorhoudende gassen variĂ«ren nogal en kunnen zeer groot zijn. Bijvoorbeeld, 1 kg zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22 800 kg CO2-equivalenten.

Overige broeikasgassen

De totale emissie van CH4 (methaan) is in 2018 ten opzichte van 2017 met 0,7 Mton CO2-eq afgenomen. Deze afname wordt voor 0,5 Mton CO2-eq, voor rekening genomen door de landbouw, en voor 0,2 Mton veroorzaakt door een verdere afname van de CH4 (methaan) emissie uit stortplaatsen. De emissie van CH4 is in 2018 ten opzichte van 1990 met 44% gedaald. Het grootste deel van deze daling is het gevolg van de afname van emissies uit stortplaatsen. Daarnaast heeft er ook een daling plaatsgevonden in de landbouwsector, veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en minder gebruik van dierlijke mest. Na 2006 is de daling in de landbouwsector omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen. Bij de olie- en gaswinning zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas afgenomen.

De emissie van N2O in 2018 is ten opzichte van 1990 met 54 procent gedaald. Deze daling is met name gerealiseerd in de chemische industrie en de landbouwsector. De afname van de emissie in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur in 2006 en 2007. Dat was weer het gevolg van het onder het ETS brengen van deze sector. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken te weten: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-emissie per dier door een lager N-gehalte in het voer.

De emissie van de fluorhoudende gassen HFK's, PFK's(incl. NF3) en SF6 (ook wel F-gassen genoemd) is in 2018 ten opzichte van 2017 nagenoeg gelijk gebleven. Hiervan maakt wel een kleine daling deel uit van de emissie van HFK’s uit stationaire koeling. Dit is het gevolg van het uitfaseren van enkele koudemiddelen met een hoge GWP. De totale uitstoot van F-gassen daalde tussen 1990 en 2018 met 77 procent. Dit is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen (1999-2012).


Voor meer informatie zie "Compendium voor de leefomgeving":
Broeikasgasemissies in Nederland

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2018

Emissies volgens de NEC-richtlijn

De in deze tabel opgenomen cijfers zijn emissies die voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen volgens de NEC-richtlijn. De emissies van zeescheepvaart vallen niet onder de NEC-richtlijn.
Naast deze cijfers wordt er door Nederland op grond van de “Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution (CLRTAP)” jaarlijks emissies (NFR-tabellen) en een bijbehorende rapportage, het “Informative Inventory Report (IIR)” aan EMEP/EEA geleverd..

Wijzigingen 1990-2018 reeksen ten opzichte van de 1990-2017 reeksen.

Bij Verkeer en Vervoer heeft een correctie bij Visserij voor de gehele reeks plaatsgevonden. In plaats van de emissies volgens Fuel Used zijn nu de emissies volgens Fuel Sold meegenomen. Dit heeft bijvoorbeeld bij NOx geleid tot een lichte toename van de emissies van circa 14 kton in 1990 en circa 4 kton in 2018. De stijging bij de overige stoffen zijn een stuk lager.
Verder zijn er bij de Overige Sectoren geen noemenswaardige verschillen opgetreden.

Overschrijdingen NEC-plafonds

De emissies van NH3 en NMVOS overschrijden het NEC-plafond: het maximum dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. Desondanks voldoet Nederland aan het gestelde maximum doordat Nederland bij de berekening van de ammoniak- en NVMOS-emissies bronnen meeneemt die nog niet bekend waren toen de maximumuitstoot werd vastgelegd.

Uitstoot ammoniak in 2018 gedaald

Ammoniak (NH3)

De emissie van ammoniak is in 2018 ten opzichte van 2017 met 1,9 kton afgenomen en ligt nu met 129,5 kiloton nog steeds boven het maximum (128,0 kiloton) dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald.
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 351,3 kton naar 129,5 kton in 2017 (-63%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er minder ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is. In 2014 is, na een jarenlange daling, de emissie van ammoniak weer toegenomen. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en een hoger krachtvoergebruik bij melkkoeien.

Stikstofoxiden (NOx)

Ten opzichte van 2017 is de emissie van stikstofoxiden (NOx) in 2018 met 8,6 kton afgenomen tot 235,3 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 25 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling is structureel vanaf 1990 (-63%), en is vooral het gevolg van: de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen); daling landbouwsector door minder inzet WKK in de tuinbouwsector; minder inzet van steenkool en meer inzet van aardgas in steenkoolcentrales. genomen maatregelen, zoals SCR (Selectieve Catalytische Reductie) in de industrie, raffinaderijen en energiesector; betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen.

SO2-emissie

In 2018 is de SO2-emissie ten opzichte van 2017 afgenomen met 1,6 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie. Tijdens de periode 1990-2018 zijn de SO2-emissies gedaald van 193,7 kton naar 24,6 kton (-87%). Dit is nog steeds ruim onder het emissieplafond voor SO2 dat 50 kton bedraagt vanaf 2010. In deze periode zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector.
De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • vergang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.

De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen. Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.

NMVOS emissies

Door een wat lagere afzet van de verfindustrie zijn de totale NMVOS-emissies ten opzichte van 2017 in 2018 afgenomen met 13,1 kton.
De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 (605,5 kton) met 60% gedaald tot een niveau van 241,6 kton in 2018. Dit is ruim boven het emissieplafond voor NMVOS dat 185 kton bedraagt vanaf 2010. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.

Fijn stof (PM10 en PM2,5)

Ten opzichte van 2017 zijn de PM10 en PM2,5 emissies in 2018 licht gedaald met respectievelijk 0,8 kton en 0,5 kton.
Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 met 65% gedaald, van 71,9 kton in 1990 tot 25,3 kton in 2018. De emissie van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 74% van 49,5 kton in 1990 tot 12,7 kton in 2018. Alleen de emissies van PM2,5 vallen onder de herziene NEC-richtlijn. De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.

Voor meer informatie zie:

Compendium voor de Leefomgeving, Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging, 1990-2017

Luchtverontreinigende emissies 1990-2018 in Nederland

Deze tabel geeft de emissies per sector van de luchtverontreinigende emissies op Nederlands grondgebied. Deze vormen de input voor de modellering van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen en stikstofdepositie zoals bijv in de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) en Aerius. Het verschil tussen de “Emissies volgens de NEC-richtlijn” en dit overzicht wordt veroorzaakt door het feit dat de zeescheepvaart niet onder de NEC-richtlijn valt, en dat de emissies van visserij voor de NEC-rapportage op basis van verkochte brandstof (Fuel sold) worden gerapporteerd. De emissies van wegverkeer worden in beide raportages berekend op basis van het brandstofverbruik (Fuel Used). Voor de NEC-richtlijn wordt dit echter volgens Fuel sold na 2019(emissies vanaf 2020).

Uit de tabel blijkt dat de SO2, PM10 en PM2,5 emissies van de zeescheepvaart flink zijn afgenomen sinds 2006. De belangrijkste oorzaken van deze flink lagere emissies zijn de lagere vaarsnelheden, waardoor minder brandstof wordt verbruikt en de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen voor schepen die varen op de Noordzee naar 1,5 procent. Verder is vanaf 2015 het maximale zwavelgehalte opnieuw drastisch verlaagd naar 0,1%.

Voor de verklaring van de ontwikkeling van de emissies van de overige sectoren wordt verwezen naar bovenstaande verklaringen per stof.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies naar lucht bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodewijzigingen in de laatste ronde

De methoden voor het berekenen van de emissies worden beschreven in de methoderapporten (zie: documentatie). De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren opnieuw berekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar. In die gevallen worden de emissies gekopieerd uit het voorgaande jaar (al dan niet geschaald voor economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2017

Door nieuwe inzichten zijn in de berekeningsmethoden voor emissie van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de emissiegrootte. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2017:

In de emissieberekeningen van de sector Land Use and Land Use Change and Forestry (LULUCF) zijn 2 wijzigingen doorgevoerd:

  • De nieuwe bodemkaart 2014 is ingevoerd (CO2);
  • Toepassen van de landgebruikskaart 2017 (CO2).


De sector Verkeer en Vervoer zijn op basis van metingen de prestaties van Mobiele Werktuigen aangepast (CH4 en N2O).

Aan de sector Landbouw is de nieuwe emissieoorzaak “Mestbewerking en vergisting” toegevoegd waardoor er tevens wijzigingen zijn in de emissies van mest in stallen (CH4 en N2O). Verder zijn de N2O-emissies nu per diercategorie in de berekeningen.

Ten slotte zijn binnen de sector Consumenten bij de grootschalige luchtverontreiniging wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op de NMVOS emissies en daarmee op de indirecte CO2 van NMVOS.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2017


Bij de sector Consumenten zijn verschillende nieuwe inzichten in de emissieberekeningen doorgevoerd:

  • Voor NMVOS uit schoonmaakmiddelen in de methode nu gebaseerd op de schoonmaakfrequentie, hoeveelheid schoonmaakmiddel per schoonmaakbeurt en het NMVOS–gehalte in de schoonmaakmiddelen. Verder zijn meer schoonmaakproducten meegenomen (waaronder: vloerwas, allesreiniger, afwasmiddel en wasmiddel);
  • Cosmetica (NMVOS) worden nu per productgroep gebruikt in plaats van een generieke index. Hierdoor zijn effecten van productverkopen zichtbaar;
  • Aan de methode van emissies van Woningbranden is de hoeveelheid brandbaar materiaal in woningen en de omvang van een brand toegevoegd, tevens is overgestapt naar de default emissiefactoren voor stationaire verbranding uit het EMEP-Guidebook 2016 (heeft vooral betrekking op NH3, SOx, NOx, NMVOS, fijn stof, zware metalen, dioxinen, PAKs en hexachloorbenzeen);
  • Als nieuwe emissieoorzaak zijn de emissies van Vreugdevuren toegevoegd (NH3, SOx, NOx, NMVOS, fijn stof, zware metalen, dioxinen, PAKs en hexachloorbenzeen);
  • Bij de emissies van Sfeerverwarming van woningen is de emissiefactor voor PM10 aangepast en een emissiefactor voor NH3 toegevoegd;
  • Bij emissies van Vuurwerk is de emissiefactor van fijn stof (PM10 en PM2,5) een factor 3 hoger geworden zodat beter aangesloten wordt bij metingen.


In de sector Landbouw zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • De nieuwe emissieoorzaak “Mestbewerking en vergisting” toegevoegd waardoor er tevens wijzigingen zijn in de emissies van mest in stallen (NH3 en NOx);
  • De efficiĂ«ntie van luchtwassers op stallen is in de praktijk lager dan verwacht (NH3);
  • Als nieuwe emissiebron is de NMVOS emissie uit kuilvoer ingevoerd.


In de sector Verkeer en Vervoer zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Op basis van metingen zijn nieuwe inzichten in de prestatiekenmerken van Binnenvaartschepen (NOx), Mobiele werktuigen (NOx), Diesellocomotieven (NOx), Oude benzine auto’s (NOx), Euro-VI vrachtauto’s (NOx) en Bromfietsen (PM en NOx) doorgevoerd;
  • Effecten van “Tampering” met roetfilters zijn meegenomen in de emissieberekeningen (PM10 en PM2,5);
  • Verder zijn er updates doorgevoerd in de modellering van binnenvaart en zeescheepvaart emissies (vooral NOx en fijn stof) .

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2017

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting definitieve dataset ER1990-2017.pdf.

Hier vindt u de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Voor uit- en afspoeling door nutriĂ«nten vanuit het landelijk gebied zijn nieuwe emissieschattingen aan EmissieRegistratie toegevoegd. Hiervoor is het Landelijk Waterkwaliteitsmodel gebruikt in plaats van STONE;
  • Vanaf deze ronde zijn er emissies doorgerekend voor de afspoeling van het verharde oppervlak naar het riool voor N- en P-totaal;
  • Een enquĂȘte van Milieu Centraal laat zien dat 63% van de recreatievaart met koperhoudende antifouling rondvaart. De opnieuw doorberekende belasting is nu hoger dan in voorgaande jaren;
  • De emissies op het riool vanuit Atmosferische depositie zijn lager geworden, omdat het oppervlak verhard gerioleerd opnieuw is bepaald en lager uitvalt;
  • Zware metalen in effluent worden vanaf deze ronde alleen in de oneven jaren opgevraagd bij de waterschappen. Deze ronde zijn de vrachten in EmissieRegistratie afkomstig uit het elektronisch Milieujaarverslag of ze zijn doorgekopieerd uit vorige ronde.

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Arbeidsplaatsen

Het aantal voltijds arbeidsplaatsen wordt gebruikt als verdeelsleutel voor de emissies van bedrijven die niet vallen onder de verplichting van een Milieujaarverslag (niet ER-I bedrijven). Gegevens daarover zijn geactualiseerd naar 2017 op basis van de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarbij is de BAG gebruikt voor de bedrijfslocaties en het Handelsregister voor de aantallen arbeidsplaatsen per bedrijf.

Landbouw

De verdeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2017. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in samenwerking met Wageningen Environmental Research (Wer). Het bestand bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

De verdeling van emissies door beweiding en het toepassen van dierlijke- en kunstmest is nu gebaseerd op het Initiator model. Initiator is de opvolger van MAMBO. In Initiator zijn de meest recente gegevens over de productie en de toepassing van de diverse mestsoorten verwerkt. Uitgangspunt hierbij is de verdeling van de mest op bedrijfsniveau, waarbij rekening wordt gehouden met de mestproductie, de mestafzet (ook buiten de Nederlandse landbouw) en de mestgebruiksruimte gegeven de geldende gebruiksnormen voor fosfor en stikstof.

Er zijn nieuwe verdelingen toegevoegd voor emissies door mestvergisting en het ver- danwel bewerken van mest. De locaties van de vergisters zijn afkomstig uit opgaven van RVO en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Vooralsnog heeft ieder van deze locaties een gelijk aandeel in de emissie, dit vanwege het ontbreken van voldoende informatie over de geproduceerde hoeveelheid energie of de omgezette hoeveelheid mest. De verdeling voor mestbe- en verwerking is gebaseerd op de hoeveelheid geproduceerde mest per bedrijf. Dit geldt voor alle bedrijven die in de landbouwtelling de vraag over mestbe- en verwerkingstechnieken hebben ingevuld.

Voor uit- en afspoeling van stikstof en fosfor uit landbouw- en natuurbodems is er een nieuwe verdeling gebaseerd op de uitkomsten van het Landelijk Water Kwaliteitsmodel (LWKM). Dit model is de opvolger van MAMBO/STONE waarmee eerder gerekend werd. Voor de berekeningen met het LWKM is informatie over bodemtype, bodemchemie, (grond)waterhuishouding en bemesting geactualiseerd. Voor de bemesting is daarbij gebruik gemaakt van het Initiator model. Ook is de rekenresolutie verhoogd en zijn de deelmodellen vernieuwd. Initiator is de vervanger van MAMBO als model voor de nutriënten toevoer (bemesting). Uit- en afspoeling naar oppervlaktewater en ondiep grondwater wordt berekend door ANIMO, voor het diepere grondwater wordt MT3D gebruikt. Uitkomsten kunnen nu worden gepresenteerd voor 650 afzonderlijke ruimtelijke eenheden binnen Nederland, waar dit bij MAMBO/STONE nog beperkt was tot 300 eenheden.

Verkeer en vervoer

De verdeling van emissies door de binnenvaart is geactualiseerd met gegevens voor 2016 uit het BIVAS model (versie 4.3, Rijkswaterstaat). Uitgaande van gegevens over startplaats, eindbestemming, scheepstype en vaarwegkenmerk berekent BIVAS de intensiteit van de binnenvaart op de Nederlandse vaarwegen. Hieruit wordt per vaarwegvak, per jaar het energieverbruik en het aantal (ton)kilometers berekend, waarmee de emissies naar lucht respectievelijk water worden verdeeld.

Voor Schiphol is er nu een aparte verdeling beschikbaar gekomen voor de emissies van NOx en PM10. Dit betreft niet alleen het vluchtdeel van het vliegverkeer, maar ook het taxideel, het gebruik van hulpmotoren (APU), fijnstof door bandenslijtage en emissies door aggregaten (GPU) en platformverkeer.

Voor wegverkeer is de emissieverdeling geactualiseerd op basis van een nieuwe versie van het door DAT mobility ontwikkelde verkeersmodel. Met het Nationaal Wegenbestand (NWB) als onderliggend netwerk wordt door dit model een landsdekkend beeld van verkeersintensiteiten gegenereerd, waarop de toedeling van emissies gebaseerd wordt.

De verdeling van de emissies door zeescheepvaart en visserij is geactualiseerd voor 2017 op basis van gegevens van het MARIN, TNO, Wageningen Economic Research en Havenbedrijf Rotterdam. Het gaat hier om AIS data (snelheid en positie van schepen), emissiefactoren en scheepstypen (wijzigingen in de vlootsamenstelling van zowel zee- als vissersschepen). De gegevens hebben betrekking op het Nederlands Continentaal Plat en de Nederlandse havens. Voor visserij is ook het Waddengebied toegevoegd.

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquĂȘte, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquĂȘte (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • De samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database is momenteel gebaseerd op de Zeer Zorgwekkende Stoffenlijst (ZZS-lijst) van 13-1-2017 (website Risico's van stoffen: www.rivm.nl/rvs). Inmiddels is de ZZS-lijst gewijzigd en er moet nog nagegaan worden of dit gevolgen heeft voor de samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database.
Terug