Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveau's bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2013 2014
Nederland + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2013 2014
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5 km) + + + + + + +
Vierkant (1 km) - - - - - + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2013 2014
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2013 2014
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2013 2014
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5 km) + + + + + + +

Embargosheet

Soms echter ontbreekt de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen. Het symbool Geen beperkingen logo geeft aan dat er geen beperkingen zijn, bij Niet getoond logo wordt de informatie op dit niveau niet getoond, terwijl Gebruiksbeperking logo aangeeft dat er enige beperkingen zijn, nader toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst.

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht  volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2 tot op subdoelgroepniveau voor 2013 en 2014. Lucht landbouw: a) voor NH3 tot op doelgroepniveau voor 2000 en 2005 en tot op subdoelgroepniveau voor 2010, 2013 en 2014; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2013 en 2014; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2013 en 2014; d) voor gewasbeschermingmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2013 en 2014 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH33, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2013 en 2014.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder
  3. Landbouw (water): gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2013 en 2014
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

De in de tabellen weergegeven emissiecijfers betreffen afgeronde getallen, bijvoorbeeld 19,23 wordt als 19 getoond. Daarom kan de som van deze afgeronde cijfers iets afwijken van het totaal in de tabel.
De gepresenteerde emissiecijfers zijn de door de Emissieregistratie in februari 2017 vastgestelde cijfers over de periode 1990-2015.

Broeikasgasemissies 1990-2015

Bij de onderstaande beschrijving is aangesloten bij de indeling die internationaal is afgesproken. Voor broeikasgassen is dat de zogenaamde IPCC-indeling. Voor het Kyoto-protocol is 1990 als basisjaar afgesproken voor CO2, CH4 en N2O en 1995 voor de F-gassen. De totale emissie van broeikasgassen naar de lucht wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten (1 miljard kg is gelijk aan 1 megaton of 1 teragram).

Als gevolg van een Europese review zijn de CH4 emissies uit stortplaatsen voor de periode 1990-2004 in de vorig jaar vastgestelde reeks 1990-2014 naar beneden bijgesteld. In 1990 resulteerde dit in een daling van 0,6 Mton CO2-equivalenten.

De totale uitstoot van broeikasgassen is in 2015 ten opzichte van 2014 toegenomen van 187 naar 195 Mton CO2-eq (is circa 4%). De uitstoot in 2015 lag ruim 12 procent onder het niveau van het basisjaar van het Kyoto Protocol. De stijging in 2015 komt vooral door de toename van de CO2 emissie.

Na vier achtereenvolgende jaren dat er een daling optrad, is de emissie in 2015 weer toegenomen. Hierbij moet wel worden bedacht dat de veranderingen in de emissies van broeikasgassen sterk worden beïnvloed door de temperatuur in de wintermaanden in verband met de verwarming van woningen en gebouwen, maar ook in de kassen.
De Overige broeikasgassen zijn licht gestegen van 29.3 in 2014 naar 29.9 Mton CO2-eq in 2015.

In 2015 is de uitstoot van CO2 ten opzichte van 2014 met 7,1 Mton toegenomen tot 165,3 Mton. Nadat de emissie van CO2 in 2014 voor het eerst onder het niveau van het basisjaar 1990 lag, is de CO2-uitstoot in 2015 toegenomen met 4,5% en komt daarmee weer boven het niveau van het basisjaar 1990 (+1,5 procent) te liggen.
De stijging in 2015 komt vooral doordat er meer elektriciteit is geproduceerd in de door steenkool gestookte elektriciteitscentrales en er meer aardgas gebruikt is voor ruimteverwarming als gevolg van de koudere winter.
Ten opzichte van het basisjaar 1990 is de uitstoot van CO2 met 1,5% toegenomen. Tot 2010/2011 nam de CO2 emissie toe. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door een toename in de sectoren Energie en Verkeer en Vervoer. De toename in de Energie sector is na 2010 omgeslagen in een daling tot 2013 doordat er minder elektriciteit werd opgewekt dan in eerdere jaren. Er werd meer elektriciteit ingevoerd, vooral vanuit Duitsland. Elektriciteit uit het buitenland was regelmatig goedkoper dan in Nederlandse aardgascentrales opgewekte elektriciteit. Bij Verkeer en Vervoer is de stijging na 2011 omgeslagen in een daling door een schoner autopark, grenstanken en minder verkeer. In 2015 zien we echter een lichte toename door de aantrekkende economie.

Ondanks de verdere afname van de CH4 (methaan) emissie uit stortplaatsen is de totale uitstoot van de CH4 in 2015 ten opzichte van 2014, met name door een toename van de dieraantallen in de landbouwsector licht gestegen.
Met een totale uitstoot van 760 kton in 2015 is de uitstoot van CH4 ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto (1.293 kton) met 41% (533 kton) gedaald.
Het grootste deel van deze daling, 427 kton, is het gevolg van de reguliere afname van emissies uit stortplaatsen (sector afvalverwijdering). Daarnaast heeft er ook een daling van 48 kton plaatsgevonden in de landbouwsector en 50 kton in de energiesector. De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en minder gebruik van dierlijke mest. Na 2012 is de daling in de landbouwsector omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen. In de energiesector zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas bij de olie- en gaswinning afgenomen.

Ten opzichte van 2014 is de uitstoot van N2O (distikstofoxide, ook wel lachgas genoemd) in 2015 met 3,3 procent gestegen. Het grootste deel hiervan kwam door de toename van het gebruik van kunstmest in de landbouwsector.
De uitstoot van N2O in 2015 ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto is met ca. 53% gedaald tot 28 kton. Deze daling van de uitstoot van N2O is gerealiseerd in de chemische industrie (-19 kton) en de landbouwsector (-13 kton). De afname van de uitstoot in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken te weten: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitstoot per dier door een lager N-gehalte in het voer. Net zoals bij CH4 is de daling in de landbouwsector na 2012 omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen.

De uitstoot van fluorhoudende gassen (F-gassen) is in 2015 ten opzichte van 2014 licht gestegen.
In 2015 is de totale uitstoot van F-gassen ten opzichte van 1995 met 74% gedaald tot 2,58 Mton CO2-eq. Hiervan is 2,34 Mton CO2-eq afkomstig van HFK's, 0,10 Mton CO2-eq van PFK's en 0,14 Mton CO2-eq van SF6.

De afname van de uitstoot van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

Voor meer informatie zie:

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2015

Om te voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen worden de emissies van Wegverkeer sinds 2015 bepaald op basis van de brandstofafzet (fuel sold). Door de overgang van brandstofverbruik( fuel used) naar brandstofafzet (fuel sold) bij de bepaling van de emissies van Wegverkeer zijn de emissies van de meeste stoffen van de sector Verkeer en vervoer over de hele periode toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat een deel van deze ‘fuel sold’ emissie buiten Nederland plaatsvindt. Voor modellering van de luchtkwaliteit in Nederland is ook de feitelijke emissie op Nederlands grondgebied nodig. Hiervoor worden voor Wegverkeer emissiecijfers gebruikt, die worden aangeduid als de ‘fuel used’ emissies.

Ten opzichte van de vorig jaar vastgestelde reeks 1990-2014 is de uitstoot van ammoniak vanwege nieuwe inzichten tussen 1990 en 2014 met terugwerkende kracht naar beneden bijgesteld. Zo is vanaf 2008 de jaarlijkse hoeveelheid ammoniak die via kunstmest wordt uitgestoten circa 4 kiloton lager (in 2014 bijgesteld van 13,5 naar 10 kiloton). Daarnaast is de hoeveelheid ammoniak die mensen uitstoten via transpireren en ademen voor de gehele periode 1990-2014 naar beneden bijgesteld (van 5 naar circa 1,5 kiloton).

De uitstoot van ammoniak (NH3) in de NEC-sectoren is in 2015 ten opzichte van 2014 met 0,2 kiloton toegenomen doordat er meer kunstmest is gebruikt. Deze stijging wordt voor een deel afgezwakt door een dalende uitstoot van schonere stalsystemen voor varkens en pluimvee. Het nationaal totaal van Nederland kwam op 127,6 kiloton en blijft daarmee net onder het plafond dat de Europese Unie hieraan stelt (128 kiloton).
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 in de NEC-sectoren gedaald van 378,8 kton naar 127,6 kton in 2015 (-65%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting (De Haan et al., 2009). Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is.
In 2014 is, na een jarenlange daling, de uitstoot van ammoniak (NH3) in de NEC-sectoren toegenomen. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee.

De totale emissie van NOx is in 2015 met 5 kton toegenomen tot 355 kton. Hiermee is de totale emissie sinds 1990 afgenomen met 50%.
Ten opzichte van 2014 is de uitstoot in de NEC-sectoren in 2015 met 6 kton afgenomen tot 228 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 32 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling in 2015 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen).
Gedurende de periode 1990-2015 zijn de NOx emissies in de NEC-sectoren gedaald van 604 kton naar 228 kton (-62%). Dit is vooral het gevolg door het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en genomen maatregelen in de industrie, raffinaderijen en energiesector.

De totale actuele uitstoot van SO2 (zwaveldioxide) is in 2015 met circa 11 kton verder gedaald tot 43,4 kton(-21%). Deze daling vond met name plaats bij de Zeescheepvaart door het lagere zwavelgehalte van de brandstoffen. Hiermee is de totale emissie sinds 1990 (242 kton) afgenomen met 82%.
In 2015 is voor de NEC-sectoren de SO2-emissie ten opzichte van 2014 gestegen met 1,1 kton. Deze toename vond met name plaats bij de Raffinaderijen.
Tijdens de periode 1990-2015 zijn de SO2 emissies in de NEC-sectoren gedaald van 193 kton naar 30 kton (-84%). Dit is nog steeds ruim onder het NEC-emissieplafond voor SO2 dat 50 kton bedraagt vanaf 2010.
In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.

De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen. Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO3-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.

De totale uitstoot van NMVOS (niet methaan vluchtige organische verbindingen) is in 2015 met circa 4 kton verder afgenomen tot 144 kton. Hiermee is de totale emissie sinds 1990 (489 kton) afgenomen met 71%.
Ten opzichte van 2014 zijn de NMVOS-emissies in de NEC-sectoren in 2015 afgenomen met bijna 4 kton. Deze daling vond met name plaats bij Verkeer door het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen).
De NMVOS-emissies in de NEC-sectoren zijn sinds 1990(489 kton) met 72% gedaald tot een niveau van circa 139 kton in 2015. Dit is ruim onder het NEC-emissieplafond voor NMVOS dat 185 kton bedraagt vanaf 2010.
De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.

De totale actuele uitstoot van PM10 en PM2,5 zijn in 2015 beiden met 0,6 kton gedaald tot respectievelijk 30,4 en 16,5 kton. Deze daling vond met name plaats bij de Zeescheepvaart door het lagere zwavelgehalte van de brandstoffen. Hiermee zijn de totale emissies sinds 1990 (77 en 53,5 kton) afgenomen met respectievelijk 61 en 69 procent.
Ten opzichte van 2014 namen de PM10 en PM2,5 emissies in de NEC-sectoren in 2015 met respectievelijk 0,1 kton en 0,2 kton af. Deze lichte daling zijn bij beide stoffen het gevolg van lagere emissies in de verkeerssector. Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 in de NEC-sectoren met circa 64% gedaald, van ongeveer 74 kton in 1990 tot 26,4 kton in 2015. De uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 75% van 50,8 kton in 1990 tot 12,8 kton in 2015. De emissies van fijn stof vallen niet onder de huidige NEC-richtlijn. De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.

Voor meer informatie zie:

Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2015 : Informative Inventory Report 2017

Voor informatie over de ontwikkeling in zuurequivalenten, zie het Compendium voor de Leefomgeving, Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: beleid (september 2012). PBL Bilthoven, CBS Voorburg en WUR Wageningen.

Terug

Emissies en belasting naar water

Welke oorzaken ten grondslag liggen aan verandering van de cijfers over emissie en uiteindelijke belasting naar oppervlaktewater wordt beschreven in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2014.pdf.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Daarnaast vindt u in de protocollen de wijze waarop de broeikasgassen in het kader van de IPCC werden bepaald. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodiekwijzigingen in de laatste ronde

De emissieberekeningsmethode wordt beschreven in de methoderapporten. De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren herberekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar, in die gevallen worden de emissies gekopieerd uit voorgaand jaar (al dan niet geschaald voor de economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2014

Als gevolg van nieuwe inzichten, in de berekeningsmethoden van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de berekende broeikasgasemissies. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2014:

  • Nieuwe emissiefactoren voor lekverliezen in gasdistributie. De emissies zijn hierdoor over de hele reeks met ca. 6 kton CH4 naar beneden bijgesteld;
  • Gebruik van nieuwe cijfers in de Nederlandse Energie Huishouding (NEH) heeft een lichte stijging van de CO2 emissie in de periode 1990-2000 als gevolg;
  • Bij emissies uit rundveestallen is het aantal uren beweiding voor de reeks 2006-2013 aangepast waardoor er meer mest in de stal komt. Dit veroorzaakt een geringe toename van de CH4 emissie;
  • De emissies van CH4 bij jong rundvee is afgeleid van die van melkvee. Bij melkvee zijn de uren beweiding voor de reeks 2002-2005 aangepast naar 10 uren. Hiermee veranderen ook de emissies uit stal en opslag van;
  • De reeks van N2O is gecorrigeerd voor de vorig jaar al ingevoerde implementatiegraad van mesttoedieningstechnieken. Vooral in de jaren ’90 nemen hierdoor de N2O emissie enigszins toe;
  • Voor de jaren 2012 en 2013 is de berekening van N2O emissie pluimveemest aangepast. Door de correctie kan de hoeveelheid afgezette mest buiten de landbouw nooit groter worden dat de hoeveelheid in de opslag.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2014

De berekeningsmethoden voor NH3 en NOx zijn niet verandert. Wel zijn een aantal nieuwe inzichten in activiteiten, emissiefactoren en foutcorrecties doorgevoerd die voor verschillende jaren kleine veranderingen in de reeks laten zien.

  • Om te voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen worden de emissies van Wegverkeer bepaald op basis van de brandstofafzet (fuel sold) in plaats van brandstofverbruik dit heeft voor NOx een toename van de emissies als gevolg;
  • Bij NH3 uit mestaanwending is vanaf 2008 nieuwe informatie over aanwendingstechnieken van mest toegepast;
  • De emissiefactor van NH3 van beweiding is voor de periode 2002-2013 aangepast;
  • De NMVOS emissies uit verfgebruik zijn voor de reeks van 2000-2014 aangepast met doordat er bij de Verenging voor Verf- en Drukinktfabrikanten (VVVF) een herberekening van de cijfers gedaan is;
  • De NMVOS emissies uit lading ontgassing in de binnenvaart zijn aangepast aan de nieuwe gegeven van RWS;
  • Bij PM10 en NH3 zijn op basis van de Landbouwtelling voor de hele reeks de verdelingen naar soort luchtwassers aangepast;
  • De aandelen voor luchtwassers gingen voor PM10 niet verder terug dan 2007; dit is nu aangepast en consistent met de reeks voor NH3;
  • De cijfers zijn voor alle jaren aangepast aan de resultaten van de vragen naar stalsystemen in de landbouwtelling en de verdeling naar soort luchtwasser (chemisch, biologisch-kort, biologisch-lang en combiwassers) in milieuvergunningen;
  • De aandelen grupstal, stallen met beweidding en permanent op stal bij melkkoeien is aangepast aan de resultaten van de landbouwtelling;
  • Bij opfokhennen zijn nieuwe EF’s afgeleid van leghennen met de verhouding 0,2/0,5;
  • Voor PM10 van legpluimvee zijn de aandelen kooi- en grondhuisvesting afgestemd met de aandelen voor de NH3-berekening;
  • Een foutcorrectie in de berekeningsformule voor PM10 van vleesvarkens is toegepast;
  • De PM10 emissiefactor voor kraamzeugen is aangepast;
  • De PM2,5 emissiefactor voor gespeende biggen is aangepast;
  • De verhouding dunne/vaste mest bij melkkoeien is aangepast. Dit heeft wijzigingen voor NH3, CH4, N2O;
  • In de NH3 emissiereeks zijn de implementatiegraden van bemestingstechnieken zijn op basis van nieuwe gegevens (2015) aangepast voor de periode 2008-2013;
  • Bij vleesvarkens en opfokvarkens is het aantal dieren met een beter leven ster in 2012-2013 gecorrigeerd voor de niet geregistreerde biologisch gehouden varkens;
  • In de NH3 berekening is een foutcorrectie toegepast voor mesttoediening bij jongvee en zoogkoeien;
  • De N-gehalten in gewasresten voor de berekening van NH3 zijn voor de hele reeks geupdate;
  • Door het beschikbaar komen van nieuwe cijfers over het gebruik van zuiveringsslib is voor 2013 een hogere NOx emissie berekend.

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2014

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2014.pdf.

Hier de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor Belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Nieuw dit jaar was de samenwerking met regionale waterbeheerderse. Met behulp van een strategiedocument, een enquête uitgezet onder regionale waterbeheerders, en 2 regiobijeenkomsten is, samen met waterbeheerders, een nieuwe strategie voor de toekomst opgezet. Belangrijkst aspect hierbij is een nauwere betrokkenheid van de waterbeheerders bij de verbeterpunten;
  • Gebaseerd op nieuwe inzichten vanuit de praktijk zijn de emissies van lood en zink vanuit de jacht vanaf het jaar 2000 op nul gezet. Historische gegevens blijven wel aanwezig in de database;
  • Er heeft een update van de Watson-database plaatsgevonden. Via een enquête uitgezet onder de waterschappen zijn beschikbare analyses tot en met 2015 van microverontreinigingen, metalen en nutriënten influent en effluent van rioolwaterzuiveringen verzameld. Het aantal records in de Watson-database is daardoor verdrievoudigd. Op basis van nieuwe influent- en effluent meetgegevens (Watson-database) zijn nieuwe emissiefactoren afgeleid voor 7 medicijnresten. Tevens zijn Strontium, Kobalt en Metolachloor toegevoegd;
  • Op basis van gecorrigeerde gegevens over zeer open asfalt beton (ZOAB) is de emissie van zink gestegen ten opzichte van eerdere schattingen;
  • Bij atmosferische depositie zijn ruimtelijke toedelingen aangepast op basis van nieuwe informatie over rioolstelsels;
  • Steeds minder Industriële bedrijven rapporteren emissies op riool in het eMJV. Dit levert problemen op voor de bijschatting. Resultaten uit een studie uit 2013 gaven aan dat dit slechts mogelijk was voor drie bedrijfsgroepen uit de voedingsmiddelenindustrie. Voor deze bedrijfsgroepen zijn de emissiefactoren voor de bijschatting geschaald op die van de bedrijfsrapportages uit 2005, waarin nog wel veel bedrijven rapporteerden.

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Atmosferische depositie naar oppervlaktewater

Na emissie in de atmosfeer worden stoffen verspreid en kunnen dan via neerslag (natte depositie) of direct als deeltje (droge depositie) in het oppervlaktewater terechtkomen. Komen stoffen op een verhard oppervlak terecht, dan kunnen ze door afspoeling of via het riool alsnog in het oppervlaktewater belanden. Om dit goed te kunnen beschrijven wordt binnen de emissieregistratie onderscheid gemaakt naar oppervlaktewater, onverhard oppervlak, verhard gerioleerd en verhard ongerioleerd oppervlak. De totale hoeveelheid depositie per stof wordt eerst berekend met een verspreidingsmodel (in dit geval OPS). Daarmee zijn berekeningen uitgevoerd voor stikstof, zware metalen en een aantal koolwaterstoffen (PAK’s). De toedeling naar oppervlaktewater, onverhard en verhard oppervlak is gebaseerd op het bestand bodemgebruik Nederland van het CBS. Tot nu toe werd hiervoor de versie van 2003 gebruikt, deze is vervangen door de versie voor 2012 (meest recent beschikbare). Voor het onderscheid tussen gerioleerd en ongerioleerd verhard oppervlak werd tot nu toe een kaart gebruikt gebaseerd op informatie uit 2002. Deze is vervangen door een geactualiseerde versie met de stand van zaken in 2013.

Landbouw

De toedeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2014. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in samenwerking met Alterra en bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

Verkeer en vervoer

Voor de locatie van containerterminals (inclusief die voor de binnenvaart) zijn nieuwe gegevens beschikbaar gekomen. Ook is de toedelingssleutel aangepast, deze is nu gebaseerd op het aantal ‘standaardcontainers’ (TEU) dat gemiddeld per locatie is afgehandeld over de jaren 2008 tot en met 2012. Tot nu toe vond de todeling plaats op basis van het aantal arbeidsplaatsen per locatie. Aan de –volledig geëlektrificeerde- terminals op de tweede Maasvlakte is geen emissie toegekend, deze wordt op basis van het energiegebruik toegerekend aan de doelgroep Energie. Voor wegverkeer is gebruik gemaakt van de nieuwste versie van het door verkeerskundig bureau DAT Mobility ontwikkelde model met verkeersgegevens over 2014. Met het Nationaal Wegenbestand (NWB) als onderliggend netwerk wordt door dit model een landsdekkend beeld van de verkeersintensiteiten gegenereerd, waarop de toedeling gebaseerd wordt. Ten opzichte van de voorgaande versie is er een verbetering in het model doorgevoerd waardoor de verkeersstroom vanuit de bebouwde kom naar (middel)grote wegen beter wordt beschreven. Ook is er meer rekening gehouden met voor gemotoriseerd verkeer ontoegankelijk gebied.
De verdeling van zeescheepvaartemissies naar lucht (voor havens en het Nederlandse Continentaal Plat) op basis van AIS-data is geactualiseerd met gegevens voor het jaar 2014. Deze gegevens zijn afkomstig van MARIN (Maritime Research Institute Netherlands).

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquête, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquête (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Gebruik regionale landbouwemissies naar water

De data over uit- en afspoeling van nutriënten en zware metalen van landbouw- en natuurbodems zijn gegenereerd met het nationale modelinstrumentarium STONE. STONE is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat Waterdienst (Waterdienst) en Wageningen Universiteit en Research centrum (WUR). STONE geeft een geregionaliseerde verdeling van emissies. Echter, veel van de afwateringseenheden in de emissieregistratie zijn kleiner dan het minimumareaal waarop STONE nog betrouwbare uitkomsten kan geven. Daarom zijn individuele afwateringseenheden geclusterd tot grotere eenheden en daarna verdeeld over de afwateringseenheden met een gelijke waarde gebaseerd op de grotere eenheden. Opgemerkt wordt dat de betrouwbaarheid voor deze grotere eenheden niet bekend is en dat de visualisatie dus een schijnnauwkeurigheid kan geven. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat STONE geen uit- en afspoeling berekent voor stedelijk gebied en transport/omzetting in het oppervlaktewater. De uitkomsten van STONE zijn dus niet vlakdekkend. Dit houdt in dat voor een afwateringseenheid die geheel uit oppervlaktewater bestaat, geen uit- en afspoeling wordt berekend.

U kunt hier een nadere uitleg vinden.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • Enkele kaarten worden niet goed getoond. Er ontstaat dan een lange wacht tijd of er komt een foutmeling op het scherm. Dit wordt veroorzaakt door negatieve waarden in de database. Deze waarden zijn correct, maar de functie die de klassificatie voor de kaart verzorgt kan hier nog niet goed mee omgaan. Deze fout is gevonden maar nog niet opgelost. Omdat het maar over enkele stoffen voor emissie naar bodem gaat, is besloten publicatie door te laten gaan. Het wordt zo snel mogelijk opgelost.
Terug