Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveau's bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +
Vierkant (1x1 km) - - - - - + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2014 2015
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +

Embargosheet

In principe worden de emissiedata op nationaal of regionaal niveau getoond. Soms ontbreekt echter de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen.

Legenda embargosheet:

  • Geen beperkingen logo  informatie wordt getoond
  • Niet getoond logo  informatie wordt op dit niveau niet getoond
  • Gebruiksbeperking logo  informatie wordt beperkt getoond (toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst).

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen  naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2, tot op subdoelgroepniveau voor 2014 en 2015. Landbouw: a) NH3 tot op subdoelgroepniveau voor 2000, 2005, 2010, 2014 en 2015; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2014 en 2015; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2014 en 2015; d) voor gewasbeschermingsmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2014 en 2015 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH33, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2014 en 2015.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder.
  3. Landbouw(water): gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2014 en 2015.
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

Hieronder is een beknopte versie van “Verklaring ontwikkeling emissies” opgenomen. De volledige versie hiervan volgt in de zomer van 2018 wanneer alle emissiescijfers over 2016 openbaar beschikbaar komen.

Uitstoot broeikasgassen in 2016 licht gestegen

In 2016 was de uitstoot van broeikasgassen ruim 0,2 procent hoger dan in 2015, een stijging van 0,5 Mton CO2-equivalenten. De uitstoot in 2016 lag ruim 12 procent onder het niveau van het basisjaar van het Kyoto Protocol. De stijging in 2016 komt vooral door de toename van de CO2-emissie. De overige broeikasgassen zijn nagenoeg gelijk gebleven.
Door een hogere productie bij de chemische industrie nam de CO2 uitstoot met 1,0 Mton toe en door meer aardgasverbruik voor ruimteverwarming is er ook een toename te zien van 0,8 Mton in de gebouwde omgeving. Daartegenover daalde de CO2 emissie bij de energiebedrijven met 1,4 Mton. Dit resulteerde in een netto toename van de CO2 uitstoot ten opzichte van 2015 met 0,5 Mton, waardoor de totale CO2 uitstoot in 2016 165,7 Mton bedraagt.
Door een verdere afname van de CH4 (methaan) emissie uit stortplaatsen en een lichte daling in de landbouwsector is de totale uitstoot van de CH4 in 2016 ten opzichte van 2015 met 16 kton gedaald.
Ten opzichte van 2015 is de uitstoot van N2O (distikstofoxide, ook wel lachgas genoemd) in 2016 met 3 procent (0,9 kton) gedaald. Het grootste deel hiervan kwam door de afname van de emissies in de chemische industrie door een lagere productie van caprolactam en salpeterzuur.
De uitstoot van fluorhoudende gassen (F-gassen) is in 2016 ten opzichte van 2015 licht gestegen van 2,6 naar 2,7 Mton CO2-eq.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de National Inventory Report 2018.

Grootschalige luchtverontreiniging:
Uitstoot ammoniak in 2016 gestegen; Overige stoffen blijven (licht) dalen

De uitstoot van ammoniak is in 2016 gestegen ten opzichte van 2015 en ligt met 127,4 kiloton onder het maximum dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. De toename wordt vooral veroorzaakt doordat er meer melk- en kalfkoeien gehouden worden. De toename wordt voor een deel afgezwakt door een gemiddeld lagere uitstoot als gevolg van schonere stalsystemen.
Ten opzichte van 2015 is de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) in 2016 met 14 kton afgenomen tot 221 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 39 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling in 2016 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en een daling van de emissies in de Energiesector.
De uitstoot van zwaveldioxiden, niet-methaan vluchtige organische stoffen en fijn stof blijven net als in voorgaande jaren (licht) dalen. Voor deze stoffen blijft Nederland voldoen aan de gestelde ‘plafonds’. Dit komt vooral door schonere brandstoffen, schonere automotoren en door emissiebeperkende maatregelen in de industrie, met apparatuur om stof, stikstofdioxide en zwaveldioxide af te vangen.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de Informative Inventory Report 2018.

Emissies en belasting naar water

Welke oorzaken ten grondslag liggen aan verandering van de cijfers over emissie en uiteindelijke belasting naar oppervlaktewater wordt beschreven in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2015.pdf.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies naar lucht bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodiekwijzigingen in de laatste ronde

De emissieberekeningsmethode wordt beschreven in de methoderapporten. De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren herberekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar, in die gevallen worden de emissies gekopieerd uit voorgaand jaar (al dan niet geschaald voor de economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2015

Als gevolg van nieuwe inzichten, in de berekeningsmethoden van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de berekende broeikasgasemissies. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2015:

  • Als nieuwe bron in de landbouw is de emissie van N2O van ondergrondse gewasresten aan de methode toegevoegd;
  • Bij Land Use and Land Use Change and Forestry (LULUCF) is de transitieperiode voor jong bos aangepast van 20 jaar naar 30 jaar (groeiperiode voordat het volwassenstadium bereikt wordt);
  • De nieuwe bodemkaart is in gebruik genomen. Deze wijziging heeft alleen betrekking op de emissies in 2014.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2015

De berekeningsmethoden voor NH3 en NOx zijn niet veranderd. Wel zijn een aantal nieuwe inzichten in activiteiten, emissiefactoren en foutcorrecties doorgevoerd die voor verschillende jaren kleine veranderingen in de reeks laten zien.

  • Nieuwe emissiefactoren voor gebruik van ureumkunstmest in de landbouw zijn doorgevoerd;
  • Aan de Mobiele werktuigen zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd:
    • mobiele aggregaten en bronbemalingspompen zijn als nieuwe bron toegevoegd;
    • er is overgestapt op de vermogens van verkochte werktuigen i.p.v. default waarden;
    • een correctie voor overslag van lege containers is doorgevoerd;
    • grote laadschoppen zijn voor hele tijdreeks toegevoegd;
  • In de civiele luchtvaart zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd:
    • de emissiemodellen voor Schiphol en de overige vliegvelden zijn herzien;
    • nieuwe emissiefactoren voor kleine vliegtuigen (zuigermotoren) zijn doorgevoerd;
    • nieuwe emissiefactoren en activiteitsdata voor Auxilary Power Units (UPU’s) zijn doorgevoerd;
    • Den Helder airport is als nieuw vliegveld toegevoegd;
    • nieuwe emissiefactor voor de NMVOS-emissies uit tanken en brandstofoverslag op Schiphol is doorgevoerd;
  • Bij wegverkeer is overgestapt van het berekenen van de emissies van Elemental Carbon door middel van schaling t.o.v. PM10, naar een bottom-up berekening;
  • De berekeningen van de emissies van Visserij lopen nu mee met die van de zeescheepvaart op basis van AIS-gegevens;
  • De emissiefactoren van NH3 van uitademing en transpiratie van mensen is aangepast.

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2015

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting_definitieve_dataset_ER1990-2015.pdf.

Hier vindt u de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor Belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Met ingang van 2017 worden de factsheets water niet langer gevuld met meest recente emissiecijfers. In de factsheets is de gepresenteerde methode voor emissieberekening van de genoemde emissieoorzaken actueel. De actuele cijfers zijn voortaan alleen te vinden op de website van Emissieregistratie;
  • In 2017 is de methodiek voor de bron riooloverstorten, hemelwateruitlaten en IBA’s aangepast. De aanleiding voor deze update is dat steeds meer metingen beschikbaar zijn van regenwateruitlaten en overstorten en dat er een discrepantie zit tussen deze metingen en de getallen in de EmissieRegistratie. Een bureau (Partners4UrbanWater) met hydraulische expertise over rioolsystemen heeft, de methodiek voor de schatting van deze bron helemaal gereviseerd;

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Landbouw

De toedeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2015. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in samenwerking met Environmental Research (Alterra). Het bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

Overstorten en Hemelwateruitlaten en IBA's

In 2017 is de methodiek voor de bron riooloverstorten, hemelwateruitlaten en IBA’s aangepast. De aanleiding voor deze update is dat steeds meer metingen beschikbaar zijn van regenwateruitlaten en overstorten en dat er een discrepantie zit tussen deze metingen en de getallen in de EmissieRegistratie. Partners4UrbanWater heeft, met hun hydraulische expertise over rioolsystemen, de methodiek voor de schatting van deze bron helemaal gereviseerd. Belangrijke verbeterpunten zijn dat de hydraulica leidend is voor de emissieroutes, de post ‘rioolvreemd water’ toegevoegd is en de rendementen stofafhankelijk zijn gemaakt.
Voor de ruimtelijke verdeling van deze nieuw berekeningen is uitgegaan van de basis gegevens verzameld door het uitvoerende bureau. Deze zijn gecombineerd met de oppervlakte verhard zoals dit bekend is in de LGN7 en met specifieke informatie over de lokatie van overstorten op rijkswater. Door die combinaties zijn 6 verschillende verdeellagen onderscheiden. Hemelwater afvoer emissies worden verdeeld door drie stofspecifieke situaties: stoffen die vooral hemelwater gerelateerd zijn, stoffen die vooral in afvalwater voorkomen (onderandere door foutaansluitingen) en stoffen waarbij grondwater invloed heeft op de emissie uit de hemelwateruitlaat. Hierbij is rekening gehouden met de grondwaterstanden en helling binnen een gebied. Emissies uit Overstorten zijn opgedeeld in overstorten op rijkswater en overstorten op binnenwater. Voor de rijkswater component is de lokatie van de overstorten gebruikt om de bestemming van de Afwateringseenheid te bepalen. Voor de emissies uit overstorten op binnenwater is gebruik gemaakt van de verdeling van verhard oppervlak binnen gemeenten. Emissies uit IBA's worden verdeeld over bebouwing in het buitengebied. Het resultaat van deze nieuwe verdeling kunt u zien in de Kaart en in de grafieken

Individuele bedrijven

Met ingang van emissiejaar 2014 worden de emissies naar lucht van de individueel geregistreerde bedrijven per emissiepunt (schoorsteen, oppervlaktebron) opgeslagen. Deze informatie is voor een groot deel afkomstig uit het eMJV (Milieujaarverslagen) die door de bedrijven zelf worden opgesteld. Dit heeft gevolgen voor de ruimtelijke toekenning van deze emissies. Voorheen werden de emissies toegekend aan (bv. gemeente, vierkant) op basis van de puntlocatie (x,y) van het bedrijf. Door de registratie van de emissies per emissiepunt wordt de ruimtelijke toekenning nauwkeuriger. Dit geldt met name bij bedrijven die gebruik maken van een terrein met een relatief groot oppervlakte. Het is mogelijk dat in de nieuwe situatie een grens van een kaartvierkant (1x1km of 5x5km) over het terrein van een bedrijf loopt. In de oorspronkelijke situatie werden de emissies toegekend aan Ă©Ă©n vierkant. In de nieuwe situatie kunnen de emissies van het bedrijf worden toegekend aan meerdere vierkanten.

Vliegvelden

Bij zes vliegvelden (Schiphol, Rotterdam, Eelde, Eindhoven, Maastricht en Lelystad) zijn de gebruikte vliegroutes bij opstijgen en landen toegevoegd. Deze informatie is afkomstig van het NLR (Netherlands Aerospace Centre). Dit geeft de mogelijkheid om de emissies beter ruimtelijk te verdelen. Voorheen werd de totale emissie van het vliegen (inclusief stijgen en landen) toegekend op basis van de puntlocatie (x,y) van het vliegveld. Vanaf emissiejaar 2014 worden de emissies gekoppeld aan de vliegroutes. Dit geeft een betere ruimtelijke verdeling en dat betekent dat meerdere (buur)gemeenten een deel van de luchtvaart emissies krijgen toegedeeld.

Verkeer en vervoer

Voor de locatie van containerterminals (inclusief die voor de binnenvaart) zijn nieuwe gegevens beschikbaar gekomen. De ligging van de terminals werd tot nu toe weergegeven als puntbron, maar deze weergave is vervangen door informatie over de terreinen waarop op- en overslag plaatsvindt. De verdeling van de emissie door gebruik van mobiele werktuigen op de terreinen is gebaseerd op de uitkomsten van het door TNO ontwikkelde EMMA-model. Aan de –volledig geĂ«lektrificeerde- terminals op de tweede Maasvlakte is geen emissie toegekend: deze wordt op basis van het energiegebruik toegerekend aan de doelgroep Energie. Voor wegverkeer is gebruik gemaakt van de nieuwste versie van het model met verkeersgegevens over 2015, ontwikkeld door verkeerskundig bureau DAT Mobility. Met het Nationaal Wegenbestand (NWB) als onderliggend netwerk wordt door dit model een landsdekkend beeld van de verkeersintensiteiten gegenereerd, waarop de toedeling gebaseerd wordt. Voor de hierin gehanteerde wettelijke snelheden is gebruik gemaakt van een nieuw bestand waarin voor het gehele wegnetwerk in Nederland de wettelijke snelheid wordt geregistreerd op het NWB. Dit databestand wordt beheerd en beschikbaar gesteld door Rijkswaterstaat.
Er is een nieuwe verdeling gemaakt voor emissies door de Nederlandse zeevisserij naar lucht en water, zowel voor de Nederlandse havens als voor het Nederlands Continentaal Plat (NCP). Deze verdeling is gebaseerd op onderzoek door Wageningen Economic Research (LEI) en TNO, in combinatie met AIS-data van het MARIN. Voor de verdeling van emissies door niet-zeevisserij is de gebruikte methode ongewijzigd, maar is er geactualiseerd voor 2015 ( AIS-data, scheepstypen en emissiefactoren). Het gaat hier om emissies naar lucht in de Nederlandse havens en op het NCP. De gebruikte gegevens zijn afkomstig van TNO en MARIN.

Woningen en inwoners

De informatie over woningen en inwoners is vernieuwd. Bron van de locatiegegevens voor woningen is nu de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Voor de verdeling van de inwoners over Nederland zijn de adres-coördinaten uit dit bestand gecombineerd met het aantal inwoners per gemeente in 2015 volgens CBS. De actualiteit van de verdeling loopt nu weer gelijk met die van de gepubliceerde emissies (emissiejaar 2015). Het aantal inwoners is onder andere een verdeelsleutel voor emissies binnen de doelgroep Consumenten. Uit het BAG is ook een indeling naar woningtypen afgeleid, zoals appartement, tussen- of vrijstaande woning. Hiervoor is gebruik gemaakt van een door Kadaster ontwikkelde methode. Tevens is het bouwjaar beschikbaar. Er is nu weer een actueel en landsdekkend bestand met informatie over woningtypen en bouwjaar: de tot nu toe gebruikte gegevens waren uit 2006 en inmiddels verouderd. Woningtype en bouwjaar in combinatie met de mate van verstedelijking is de verdeelsleutel voor emissies naar lucht via brandstofverbruik (hoofd- en sfeerverwarming). Gegevens over de mate van verstedelijking (op buurtniveau) zijn afkomstig van het CBS. Vergeleken met de tot nu toe gebruikte verdeling is het relatieve aandeel van minder verstedelijkt- en buitengebied in de emissie toegenomen.

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquĂȘte, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquĂȘte (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Gebruik regionale landbouwemissies naar water

De data over uit- en afspoeling van nutriënten en zware metalen van landbouw- en natuurbodems zijn gegenereerd met het nationale modelinstrumentarium STONE. STONE is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat Waterdienst (Waterdienst) en Wageningen Universiteit en Research centrum (WUR). STONE geeft een geregionaliseerde verdeling van emissies. Echter, veel van de afwateringseenheden in de emissieregistratie zijn kleiner dan het minimumareaal waarop STONE nog betrouwbare uitkomsten kan geven. Daarom zijn individuele afwateringseenheden geclusterd tot grotere eenheden en daarna verdeeld over de afwateringseenheden met een gelijke waarde gebaseerd op de grotere eenheden. Opgemerkt wordt dat de betrouwbaarheid voor deze grotere eenheden niet bekend is en dat de visualisatie dus een schijnnauwkeurigheid kan geven. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat STONE geen uit- en afspoeling berekent voor stedelijk gebied en transport/omzetting in het oppervlaktewater. De uitkomsten van STONE zijn dus niet vlakdekkend. Dit houdt in dat voor een afwateringseenheid die geheel uit oppervlaktewater bestaat, geen uit- en afspoeling wordt berekend.

U kunt hier een nadere uitleg vinden.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • De samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database is momenteel gebaseerd op de Zeer Zorgwekkende Stoffenlijst (ZZS-lijst) van 13-1-2017 (website Risico's van stoffen: www.rivm.nl/rvs). Inmiddels is de ZZS-lijst gewijzigd en er moet nog nagegaan worden of dit gevolgen heeft voor de samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende stoffen in de ERdatabase.
Terug